Boulimie

Wat is boulimie

  • braken
  • ongepast gebruik van laxeermiddelen of andere medicijnen
  • bovenmatige lichamelijke oefening
  • vasten

De aandoening werd voor het eerst beschreven door de Britse psychiater Gerald Russell.

Kenmerken

Een persoon heeft boulimie wanneer hij of zij zich onbekwaam voelt om de drang tot eten, zelfs tijdens het eten zelf, te controleren, wanneer hij of zij een grotere hoeveelheid voedsel verbruikt dan een normaal persoon, en wanneer dergelijk gedrag minstens tweemaal per week gedurende drie maanden voorkomt.

De meerderheid van boulimia-patiënten zijn jonge vrouwen van 10 tot 30 jaar oud, hoewel de stoornis bij mensen van alle leeftijden en beide geslachten kan voorkomen.

Bij boulimia is er sprake van onderliggende psychische problemen, vaak heeft de patiënt een gevoel van controleverlies. De episoden van eten/purgeren kunnen extreem zijn, soms gepaard gaand met snel en onbeheerst eten. De lijders stoppen soms pas als ze door een andere persoon worden onderbroken of wanneer hun maag het niet meer aankan. Deze cyclus kan meerdere keren per week of, in ernstige gevallen, meerdere keren per dag worden herhaald. De lijders zien het “vernietigende” eetpatroon vaak als manier om controle over hun leven te bereiken.

Sommige personen die lijden aan anorexia kunnen boulimie gedrag vertonen: op bepaalde ogenblikken veel eten en purgeren van voedsel op een regelmatige of zeldzame basis tijdens hun ziekte. Alternatief kunnen individuen met boulimie anorectische perioden hebben. Vaak is er daarom sprake van de diagnose Eetstoornis N.A.O. (Niet Anderszins Omschreven).

 Boulimie

Oorzaken

Er zijn diverse oorzaken voor boulimie aan te wijzen:

Biologisch

Net zoals bij anorexia nervose zijn er aanwijzingen voor een genetische predispositie. Abnormale hormoonhuishouding, vooral serotonine, zou verantwoordelijk kunnen zijn voor verstoord eetgedrag. Ook brain-derived neurotrophic factor (BDNF) wordt onderzocht als mogelijk mechanisme.

Sociaal

Moderne reclame met dunne modellen wordt veelal gezien als een van de oorzaken van de aandoening. Fairburn et al. beschrijven in hun cognitieve gedragsmodel hoe extreme bezorgdheid over het eigen gewicht en uiterlijk, gecombineerd met een laag zelfvertrouwen kan leiden tot een rigide, strict en onbuigbaar eetpatroon. Dit kan leiden tot een onrealistisch eetsituatie, wat aanleiding is voor een minimaal breken van de eigen eetregels. Zwart-wit denken leidt vervolgens tot binge eten, massaal eten. Dit binge eten leidt tot een gevoel van verlies van controle wat aanleiding is tot braakgedrag als maatregel tegen het binge eten. Deze cyclus herhaalt zichzelf vervolgens. Papies laat zien dat het effect van het dunne ideaal verschilt tussen mensen. De soort associatie die de persoon heeft met ofwel een dun ofwel een persoon met een normaal gewicht bepaald welke invloed reclame met dunne modellen heeft op de persoon. Mensen die zichzelf associeren met dunne modellen voelen zich juist beter nadat ze dunne modellen hebben gezien. Het blijkt dat deze zelfassociatie aangeleerd kan worden.

Mogelijke gevolgen van boulimia nervosa

  • Afhankelijkheid van laxeermiddelen
  • Andere dwanghandelingen
  • Concentratiestoornissen
  • Dood
  • Hartritmestoornissen
  • Irritatie en scheuren in de keel, de slokdarm en de maag (door het geforceerde braken)
  • Elektrolytenonbalans door frequent braken en/of laxeren. Door uitdroging ontstaat een gebrek aan kalium wat kan leiden tot hartritmestoornissen of hartfalen.
  • Gebitsproblemen
  • Hormonale veranderingen die o.a. kunnen leiden tot menstruatiestoornissen en onvruchtbaarheid
  • Moeheid, malaise
  • Oedeem in gezicht, bijvoorbeeld opgezwollen ogen
  • Opgezette klieren

Mortaliteitsrisico

Eetziekten hebben een van de hoogste sterftecijfers van alle geestesziekten. De National Eating Disorders Association (Groot-Brittannië) schat een 10% mortaliteitsgraad voor boulimie en een 18% mortaliteitsgraad voor anorexia nervosa. Dit hangt natuurlijk sterk af van hoe streng men de criteria voor de aandoeningen aanlegt. Een klein deel van de mortaliteit is een gevolg van de lichamelijke bijverschijnselen, een deel echter ook van suïcide.